Recensies

Recensie over De stank van kleur

Door Jan van de Wardt, 10 juli 2017

De hoofdpersoon Pierre is oud en, rolstoel gebruikend, gedeeltelijk gehandicapt. Hij leidt een tot kalmte gekomen bestaan binnen zijn gezinssituatie. Met dementerende echtgenote en twee zoons die een verffabriek, Nedcolor, managen, een fabriek die nog steeds zijn eigendom is. In het verleden heeft hij die fabriek weten te behouden door tijdens de oorlog verf te leveren aan de Duitsers (inclusief omkoping). Later ook door de afkoop van een ontdekking van een jonge uitvinder die hem en ook andere verffabrikanten erg veel omzet gekost zou hebben. Het is voorjaar. Hij wordt weer meer tot leven gebracht door een opkomende verliefdheid voor een jonge dame, Lara, een contact waaraan zoals later blijkt een intrige aspect blijkt te zitten. Tegelijkertijd doet zijn zoon Frank een superdeal met een bedenkelijk soort verf, chroomverf. Verkocht aan het Franse leger met omkoop van besluitvormer(s) via een Franse tussenpersoon.

De sfeer van het documentaire-achtige verhaal is Nederlands. Pierre woont in een penthouse in appartementsgebouw Canal Residence en mijmert dagelijks bij een zitplaats aan datzelfde kanaal, i.e. een efficient industriele watervorm die je buiten ons land niet zo vaak aantreft. De vertelvorm is sober recht toe recht aan. Geen complex, poetisch of analytisch proza. Daarbij ook gewone spreektaal. En een directe beschrijving van hoe mensen met elkaar omgaan. Dat is een verfrissend nuchtere aanpak.

De morele sfeer waarin Pierre op zijn oude dag opereert is enigszins calvinistisch. Buiten Noordelijk Europa wordt bij grotere projecten een tegemoetkoming (hoewel wettelijk strafbaar) gezien als zoiets als het overtreden van de maximum snelheid. Pierre, althans zo lijkt het, schakelt hierbij ook zijn geweten in.

Ik had wat moeite om al lezend op gang te komen. Maar zo ongeveer halverwege het boek wilde ik wel weten via welke verwikkeling het zou aflopen. Ik heb dus even doorgelezen tot 2 uur 's nachts. Wat mij betreft had de afkoop van de uitvinder, de opa van Lara, iets uitgebreider beschreven mogen zijn. Voor een zakenman was het een zakelijke deal. De consumentenbond had de uitvinder niets betaald. Financieel kwam de designer dus eigenlijk goed weg. Als kunstenaar was hij bij later inzien echter gekrenkt. Hij had zogezegd zijn ziel verkocht. Het is dan interessant om te laten zien hoe dat psychisch werkt. Het was trouwens ook het motief voor de actie van Lara.

Het thema is een vooraanstaand fabrieks directeur die door een actie van een van zijn kinderen en via verliefdheid in de problemen komt. In essentie zijn rol als sociaal dier binnen de menselijke orde. De uitwerking daarvan was misschien scherper geweest indien zijn vrouw niet dementeerde en zoon Frank niet vrijwillig was vertrokken uit zijn functie. Dan had zich ook binnen het gezin een verdere spanning opgebouwd. Nu doet Schaarmans m.i. eigenlijks niets wat hij niet kan verantwoorden. Een jonge geliefde, nou ja, zijn vrouw valt al uit elkaar. Een aan het licht gekomen omkoping in Frankrijk. Maar nou ja, de daadwerkelijk schuldige is al uit het bedrijf vertrokken, als er al bewijs kan worden geleverd volstaat het bedrijf met een boete. En de verf zelf voldoet aan de EG richtlijnen. Hij doet in mijn ogen eigenlijk niets verkeerds, behalve dan iets te veel jonge jenever drinken. Er komen tenslotte foto's van Pierre en zijn jonge geliefde. Aan de lezer om te bepalen wie daarvoor verantwoordelijk is.

Vervolgens eindigt het verhaal met een open eind.

 

Recensie over Het Grote Slapen

 

Door Wendy Wenning, 8 augustus 2016.  

Anthonie van de Wardt (1939) bespeelt de lezer die als vanzelf een fuik wordt ingetrokken. Personages veranderen verbazend snel in echte mensen. Doorlezen is de enige optie. Doorlezen naar een onverwacht einde. De schrijver bewees dat al eerder in de thriller De laatste opdracht, de verhalenbundel Lovers’lane en de romans De vrijwilliger en Hoogwater
Sophie Dijkink heeft huis en haard achtergelaten. Van te voren heeft ze een route uitgestippeld en alles zo nauwgezet voorbereid dat ze haar niet kunnen traceren. Geen spoor zal er meer van haar te vinden zijn. Sophie is op de vlucht voor zichzelf en haar verleden. Haar reis voert haar naar Santiago de Compostella en ondanks dat ze van huis uit atheïst is wordt ze toch geraakt door de religieuze sfeer. Hierdoor raakt ze er steeds meer van overtuigd dat ze boete moet doen. 

Een novelle is een prozaverhaal van beperkte omvang. Tegenwoordig bedoelt men met novelle een prozaverhaal dat wat de omvang betreft tussen de roman en het korte verhaal geplaatst wordt. Een novelle bezit een eenvoudige structuur en een klein aantal personages. Meestal omvat een novelle een bijzondere gebeurtenis en toont ze de hoofdpersonages op een beslissend moment in hun leven. Het grote slapen is een spannende novelle. In 10 hoofdstukken volgen we Sophie en haar reis naar Santiago. De wijze waarop ze alles voorbereid heeft en haar sporen uitwist is heel knap bedacht. Al snel is duidelijk dat er iets verschrikkelijks is gebeurd waarvoor zij nu op de vlucht is. 

De fijne verteltrant van Anthonie van de Wardt laat deze novelle prettig lezen. Ik heb eerder Hoogwater, een roman van deze auteur, gelezen en net als in die roman hangt in Het grote slapen een mysterieuze sfeer die een mooie spanningsboog creëert. Beeldende beschrijvingen waardoor je een evidente indruk krijgt. Sophie komt tijdens haar reis in contact met wandelaars die ook onderweg zijn naar Santiago maar Sophie houdt afstand. De reden waarom zij deze reis maakt, kan ze nog niet delen. Ook als lezer moet je geduld hebben voordat er volledig duidelijkheid wordt gegeven. Er wordt wel wat prijsgegeven waardoor er vermoedens zijn, maar toen eenmaal het grote geheim van Sophie bekend werd gemaakt, ging er een gevoel van afschuw door me heen. Het een was nog te wel begrijpen, maar het ander kon er bij mij echt niet in. Toch is dit iets waar we helaas regelmatig over lezen. In deze novelle wordt dit actuele thema alleen van een andere kant belicht. Het grote slapen wordt afgesloten met een onverwacht einde. De reis heeft Sophie veel duidelijk gemaakt en ze beseft dat ze zinloos is om weg te blijven vluchten… 

Door Annemarie Dales, 22 augustus 2016

Het is een vertrek zonder afscheid. Een vlucht. Sophie Dijkink aarzelt slechts kort voor ze de voordeur van haar huis in Maastricht definitief achter zich dichttrekt. Ze neemt de trein naar Sittard en kleedt zich op het toilet om. Bij het verlaten van het station suggereert de handbeweging die ze maakt dat ze keurig uitcheckt. In werkelijkheid doet ze dat niet. Mocht iemand haar gangen nagaan, en daar gaat Sophie wel vanuit, dan zal gedacht worden dat Sophie naar het noorden van het land is vertrokken. Niets is minder waar. Sophie fietst terug naar Maastricht om vervolgens de grens met België over te steken. Haar vlucht is een feit.

Sophie probeert zich zo onopvallend mogelijk te verplaatsen. Ze logeert in pensions en hotelletjes waar niet naar haar identificatiebewijs wordt gevraagd. De naam die ze opgeeft is immers niet de naam die in haar paspoort staat. Sophie wil niet gevonden worden. Toch hijgt haar verleden in haar nek. Ze denkt terug aan haar jeugd. Vooral de logeerpartijen bij haar opa en oma in Twente staan in haar geheugen gegrift. Ook denkt Sophie aan Jos. Hun relatie kende mooie momenten.

Sophie trekt steeds verder naar het zuiden. Verder en verder van de stad waar haar leven een allesbepalende wending nam. Fietsen doet ze niet meer. Sophie wandelt, zo ver haar benen haar maar dragen kunnen. Is het toeval dat ze op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella belandt? Sophie geniet van de anonimiteit van de Camino, zoals de route genoemd wordt. Ze slaapt op campings of zet haar tentje elders op. Soms loopt ze enige tijd met iemand op. Als het nieuwe contact te intiem wordt, te persoonlijk, keert ze haar nieuwe vriend of vriendin genadeloos de rug toe. Toch is het moeilijk om sommige nieuwverworven vrienden uit haar leven te bannen. Hun vriendelijkheid ontdooit haar bevroren hart.

Waarom is Sophie op de vlucht? Woonde ze alleen in Maastricht of is ze bij haar partner Jos weggegaan? Waarom doet ze zo geheimzinnig en houdt ze haar identiteit geheim? Dat haar relatie met Jos niet enkel uit mooie momenten bestond, is al snel duidelijk. Wat is er precies tussen de twee geliefden voorgevallen? Waarom vond Sophie dat ze Nederland moest verlaten?

Hoewel Sophie niet gelovig is, kan ze op de Camino niet onder het geloof uit. Ze drijft de spot met een vriendelijke man die zich aan het geloof vastklampt. Sophie is opstandig en probeert de mensen die toenadering zoeken te weren. Toch laat de prettige sfeer, die de Camino als een warme deken bedekt, haar niet onberoerd. Sophie beseft dat ze een belangrijke keus zal moeten maken. De Camino is als een tussenstop. Een retraite haast. Aan het eind van de route wacht het echte leven weer op haar.

De novelle Het grote slapen biedt een blik in het leven van een vrouw die op de vlucht is voor het leven zelf. Vlucht Sophie voor anderen of haarzelf? Sophie heeft tijd en inzichten nodig. Ze kan immers niet eeuwig op de vlucht blijven. Waarom is ze toch op de vlucht geslagen? Auteur Anthonie van de Wardt zorgt er goed voor dat de lezer nieuwsgierig door blijft lezen.

Het grote slapen is melancholisch van toon maar zeker niet zwaar om te lezen. Door de kleurrijke personen die Sophie ontmoet en de herinneringen die ze ophaalt, blijft het verhaal afwisselend en boeiend. Sommige jeugdherinneringen lijken op zich te staan. Het is niet altijd duidelijk welke invloed ze op het verdere leven van Sophie hebben gehad. Andere herinneringen, die recenter zijn, lijken een tipje van de sluier op te lichten. De ontknoping slaat in als een bom. Het staat in schril contrast met de vredige sfeer van de Camino. De omschakeling is bijna te groot. Anthonie van de Wardt maakt de lezer fijntjes duidelijk dat niet iedere mensenziel te doorgronden is.

 

Recensie over Het Grote Slapen

 

Door Annemarie Dales, 22 augustus 2016

Het is een vertrek zonder afscheid. Een vlucht. Sophie Dijkink aarzelt slechts kort voor ze de voordeur van haar huis in Maastricht definitief achter zich dichttrekt. Ze neemt de trein naar Sittard en kleedt zich op het toilet om. Bij het verlaten van het station suggereert de handbeweging die ze maakt dat ze keurig uitcheckt. In werkelijkheid doet ze dat niet. Mocht iemand haar gangen nagaan, en daar gaat Sophie wel vanuit, dan zal gedacht worden dat Sophie naar het noorden van het land is vertrokken. Niets is minder waar. Sophie fietst terug naar Maastricht om vervolgens de grens met België over te steken. Haar vlucht is een feit.

Sophie probeert zich zo onopvallend mogelijk te verplaatsen. Ze logeert in pensions en hotelletjes waar niet naar haar identificatiebewijs wordt gevraagd. De naam die ze opgeeft is immers niet de naam die in haar paspoort staat. Sophie wil niet gevonden worden. Toch hijgt haar verleden in haar nek. Ze denkt terug aan haar jeugd. Vooral de logeerpartijen bij haar opa en oma in Twente staan in haar geheugen gegrift. Ook denkt Sophie aan Jos. Hun relatie kende mooie momenten.

Sophie trekt steeds verder naar het zuiden. Verder en verder van de stad waar haar leven een allesbepalende wending nam. Fietsen doet ze niet meer. Sophie wandelt, zo ver haar benen haar maar dragen kunnen. Is het toeval dat ze op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella belandt? Sophie geniet van de anonimiteit van de Camino, zoals de route genoemd wordt. Ze slaapt op campings of zet haar tentje elders op. Soms loopt ze enige tijd met iemand op. Als het nieuwe contact te intiem wordt, te persoonlijk, keert ze haar nieuwe vriend of vriendin genadeloos de rug toe. Toch is het moeilijk om sommige nieuwverworven vrienden uit haar leven te bannen. Hun vriendelijkheid ontdooit haar bevroren hart.

Waarom is Sophie op de vlucht? Woonde ze alleen in Maastricht of is ze bij haar partner Jos weggegaan? Waarom doet ze zo geheimzinnig en houdt ze haar identiteit geheim? Dat haar relatie met Jos niet enkel uit mooie momenten bestond, is al snel duidelijk. Wat is er precies tussen de twee geliefden voorgevallen? Waarom vond Sophie dat ze Nederland moest verlaten?

Hoewel Sophie niet gelovig is, kan ze op de Camino niet onder het geloof uit. Ze drijft de spot met een vriendelijke man die zich aan het geloof vastklampt. Sophie is opstandig en probeert de mensen die toenadering zoeken te weren. Toch laat de prettige sfeer, die de Camino als een warme deken bedekt, haar niet onberoerd. Sophie beseft dat ze een belangrijke keus zal moeten maken. De Camino is als een tussenstop. Een retraite haast. Aan het eind van de route wacht het echte leven weer op haar.

De novelle Het grote slapen biedt een blik in het leven van een vrouw die op de vlucht is voor het leven zelf. Vlucht Sophie voor anderen of haarzelf? Sophie heeft tijd en inzichten nodig. Ze kan immers niet eeuwig op de vlucht blijven. Waarom is ze toch op de vlucht geslagen? Auteur Anthonie van de Wardt zorgt er goed voor dat de lezer nieuwsgierig door blijft lezen.

Het grote slapen is melancholisch van toon maar zeker niet zwaar om te lezen. Door de kleurrijke personen die Sophie ontmoet en de herinneringen die ze ophaalt, blijft het verhaal afwisselend en boeiend. Sommige jeugdherinneringen lijken op zich te staan. Het is niet altijd duidelijk welke invloed ze op het verdere leven van Sophie hebben gehad. Andere herinneringen, die recenter zijn, lijken een tipje van de sluier op te lichten. De ontknoping slaat in als een bom. Het staat in schril contrast met de vredige sfeer van de Camino. De omschakeling is bijna te groot. Anthonie van de Wardt maakt de lezer fijntjes duidelijk dat niet iedere mensenziel te doorgronden is.

 

Recensies over De Getuigen

Door Rolph Tolkamer, 21 april 2015.

Intrigerend

Op het eerste oog lijkt het boek De Getuigen van Anthonie van de Wardt op een klassiek misdaadverhaal: Een jonge vrouw wordt langs de rivier bij een oud vestingstadje vermoord en de grote vraag is: Wie heeft deze lafhartige daad op zijn – of haar – geweten?

Maar het boek is meer, want de schrijver weet situaties en personen mooi neer te zetten. Rake en gedurfde observaties, opvallende details en originele invalshoeken geven het verhaal het nodige cachet. Walnootbomen werden indertijd op vestingwallen geplant om de wallen te versterken, zo leert bijvoorbeeld het boek, want die bomen wortelen breed en houden de grond bij elkaar. Of een studente op zoek naar een kamer verschuilt zich achter de naam “Kees” om zich bij voorbaat te beschermen tegen kamerverhuurders die de huur in natura willen ontvangen.

De schrijver houdt ook van mistroostige plekken en locaties van pure schoonheid. Kortom, de lezer ziet het verhaal zo voor z’n ogen ontwikkelen. Het boek kent de nodige vaart. Uiteraard wil de lezer weten wie de moordenaar is of wie de moordenaars zijn, maar het boek kent meerdere verhaallijnen die bijna net zo intrigerend zijn.

Het boek De Getuigen is meer dan een klassiek misdaadverhaal.

 

De volgende recensie is geschreven door Henk Holkamp:

Roman DE GETUIGEN

De personages zijn met zorg geboetseerd en worden op een spannende manier ontwikkeld.
Sommige zijn in aanzet aanwezig, net voldoende, maar genoeg voor hun plaats in het verhaal.
Andere zijn manifester naarmate hun rol duidelijker wordt, in een aantal gevallen pas aan het einde van het verhaal. Je 'ziet' ze en je 'hoort' ze, ook als de hoofdpersoon de eenzaamheid zoekt (anderen ontloopt) en de achterliggende weken aan zich voorbij ziet trekken. De dialogen tussen de hoofdpersoon en de diverse personages zijn logisch van opbouw en goed leesbaar. Dit laatste komt, behalve door intelligent geformuleerde vragen en gevat woordgebruik ook door het gebruik van korte zinnen. De beschrijvingen van stemmingen en locaties en de gesprekken zijn stuk voor stuk observaties waarin men de schilder-auteur herkent: stevige rake penseelstreken met slim uitgewerkte details.

Een kritische opmerking. Het verhaal rond de diefstal van een icoon komt niet lekker uit de verf. Zowel de toedracht en het waarom van de diefstal als, later, het terugvinden van de icoon laten vragen open.
De opbouw van het verhaal, in feite zo'n drie verhaallijnen, noopt tot dóórlezen. Snel doorlezen om tot de ontknoping te komen en vast te stellen dat je die had voorzien...maar toch niet helemaal...

Kortom, een boek dat maakt dat je uitziet naar het komende – achtste – werk van deze auteur.

 

Recensie over Hoogwater

Door Wendy Wenning, 16 januari 2015.

Als Paul te voet vertrekt naar Santiago de Compostela laat zijn vrouw Hannah zich vrijwillig opnemen in een psychiatrische kliniek. Na een weekje komt Paul terecht in hevig noodweer en hij krijgt een lift van een vrouw. Zij biedt hem aan om te blijven overnachten. Het poldergebied waar ze zich bevinden raakt geïsoleerd door de aanhoudende regenval en Paul is genoodzaakt langer te blijven. Tijdens zijn verblijf wordt Paul geconfronteerd met zijn verleden.

‘Hannah past dezelfde methode toe. Laat het water stijgen en bedekt haar ellende met dagelijkse gewoontes en bezigheden.’

Hoogwater bevat twee verhaallijnen. Het verhaal van Paul en dat van Hannah, allebei geschreven in de derde persoon. Hannah, een vrouw die zich bewust heeft laten opnemen om te kunnen afrekenen met haar verleden en haar problemen en niet langer afhankelijk wil zijn. Door verschillende ontwikkelingen en de confrontatie met zijn verleden wordt Paul langzamerhand ook geconfronteerd met zichzelf.

‘De laatste tijd heeft zijn handelen geleid tot een wankel staketsel van complicaties dat ieder moment in elkaar kan storten.’

De cover heeft een mysterieuze uitstraling en dat is ook goed terug te vinden in het verhaal. Vanaf het begin werd mijn nieuwsgierigheid gevoed waardoor ik al snel vast zat in het verhaal. De personages komen tot leven en hun gedachtegang heeft wel enige herkenbaarheid in zich. Paul en Hannah, ieder op hun eigen manier op zoek naar hun eigen ik. Mensen zoals jij en ik. Deels door het mysterieuze lading weet de auteur de aandacht van de lezer naar het verhaal toe te trekken. Gecombineerd met een stukje psychologie en een aangename, prettige schrijfstijl is Hoog water een leuk, leerzaam en soms zelfs spannend verhaal om te lezen. Een boek met een titel waar ik een dubbele betekenis uithaal.

 

Recensie door Jan Timmermans:

Een man, wiens vrouw voor vrijwillige opname in een psychiatrische kliniek heeft gekozen, gaat op pelgrimage naar Santiago de Compostela. Zo begint het verhaal als een spel met de lezer die gedwongen wordt mee te denken. Het boek getuigt van diep psychologisch inzicht van de auteur en is in alle opzichten spannend en rudimentair: veel wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten.

Het boek vormt een intensive leeservaring en het verhaal zuigt je mee naar het eind. Hoofdpersoon Paul Schuitema verblijft noodgedwongen bij ene Ilse, pleegt overspel en verraadt daarmee zijn vrouw Hannah die in de kliniek verblijft. Wat rest, is een zoektocht naar zichzelf en zijn geschiedenis met een onvermijdelijk slotakkoord. Een roman met korte zinnen en dialogen. Daarmee wordt veel verteld maar ook veel weggelaten. Er vallen gaten in de vertelling en dat levert uiteindelijk een vorm van gecondenseerd proza op. Als lezer moet je veel 'invullen' en goed opletten.

Een geslaagd, indringend portret van een man en zijn geschiedenis met een sterke psychologische analyse.

 

Recensie over Het Biechtgeheim

Recensie 5 mei 2013, door Rolph Tolkamer.

Het loopt weer tegen Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, dus tijd voor het jaarlijkse oorlogsboek. Op mijn boekenplank prijkt al een bont gezelschap boeken over de Tweede Wereldoorlog, van bijvoorbeeld het veel geprezen jeugdboek ‘Oorlogswinter’ van Jan Terlouw tot ‘Z 66’, een werkje uit augustus 1940(!) over een commandopost op de Grebbeberg. Dit jaar heb ik gekozen voor ‘Het Biechtgeheim’ van Anthonie (Ton) van de Wardt. Op de achterflap wordt hij omschreven als een “korte-zinnen-schrijver die scherp observeert en recht op zijn doel afgaat”.

Zo’n omschrijving belooft literair vuurwerk.

.......

Anthonie van de Wardt heeft een roman geschreven met een verrassende invalshoek. Hij laat mooi de worsteling van de pastoor zien: Wat is goed, wat is fout? De lezer blijft tot het slot van het boek in het ongewisse over de beweegredenen van diverse personen. De roman ‘Het Biechtgeheim’ over heldendom en verraad past uitstekend tussen het bonte gezelschap op mijn boekenplank.

Pluspunten:
Goede verhaallijn, Meeslepend verhaal, origineel

 

Recensie door Joep v.d. Linde.

Het boek is verschenen in 2012 bij uitgeverij Free Musketeers; Zoetermeer. Het is een aantrekkelijke uitgave met op de voorkant een sfeervolle foto die iets prijsgeeft van de inhoud van het verhaal.

Het verhaal begint in Amsterdam in 1943. Gerard Stein is pastoor in Amsterdam en wordt geconfronteerd met een biecht van Johanna Jacobs. Zij heeft de familie Glasmann aangegeven bij de Duitse politie en wil daar de absolutie voor hebben van de pastoor. Omdat dit niet kan – spijt ontbreekt bij haar, want de aangifte was min of meer een vergelding voor het feit dat vader Glasmann haar een aantal jaren als minnares heeft gebruikt - zal zij een aantal restauratiewerkzaamheden in de kerk uitvoeren. Er ontstaat een welhaast platonische verhouding tussen Gerard Stein en Johanna. Johanna heeft nog steeds banden met de SD. Gerard raakt verzeild in het verzet. De band met het geloof wordt door de vraagstukken macht en machtmisbruik, goed en kwaad en schuld en boete steeds vaker op de proef gesteld. Als zijn broer die in dezelfde cel van het verzet actief is, opgepakt wordt en later gefusilleerd, is dat voor pastoor Gerard Stein de aanleiding het geloof te verlaten. Hij voorziet na de oorlog in zijn onderhoud door bijlessen te geven. Na de dood van zijn broer raakt hij het contact met Johanna kwijt, maar hij slaagt er in om na de oorlog haar in Amsterdam weer op te sporen. Er ontstaat een kortstondige liefdesrelatie, maar de motieven van Johanna zijn op zijn minst discutabel. Een kostbaar schilderij dat zij had gekregen van Glasmann blijkt roofkunst te zijn en behoort aan de erven van Glasmann toe. Het verhaal eindigt dramatisch met de moord van enige overlevende zoon uit het gezin Glasmann op Johanna.

Het verhaal is opgebouwd uit drie episodes: een proloog waarin een oude man tijdens een bezoek aan het graf van Johanna mijmert over het verleden, een eerste deel dat de periode in 1943 beschrijft en een tweede deel dat de periode in 1949 beschrijft. De episode is kort en geeft een helicopterview van de belangrijkste personen in het boek: Gerard Stein, Johanna en Sjef, de broer van de pastoor. Er wordt even gesproken van een daad met grote gevolgen. De proloog maakt de lezer nieuwsgierig.
De twee delen die volgen bestaan beide uit vijf hoofdstukken. Parallellen zijn er niet echt te vinden. Wel wordt in beide eerste hoofdstukken eerst de gemoedstoestand van Gerard Stein uitvoerig beschreven; zijn weifelende standpunt over de kerk, het geloof en de houding van de kerk tegenover de de Duitse bezetter, later zijn motivering om uit te treden.
Ook eindigt het eerste deel met de verwijning van Johanna, zoals ook het tweede deel – en het boek – eindigt. De delen lopen ondanks de grote tijdsverschillen vloeiend in elkaar over, juist door het gebruik maken van flash-backs die heel natuurlijk en vanzelfsprekend in de verteltrant zijn opgenomen.
De twee delen vormen een chronologisch geheel. Het boek laat zich gemakkelijk en prettig lezen. De terugblikken zijn fraai verweven in de gebeurtenissen die zich op een natuurlijk wijze ontwikkelen.
Het tijdsbestek van het boek beslaat slechts 6 jaren – de korte proloog daargelaten - en is gelijk verdeeld over de twee delen: een periode van slechts enkele weken in 1943 en 1949. De tussenliggende periode wordt met korte herinneringen overbrugd. De verdwijning van Johanna aan het eind van het eerste deel is de cliffhanger voor het tweede deel van het boek.
De proloog had ook aan het einde van de twee delen kunnen staan en het is nog maar de vraag of het boek aan kracht heeft gewonnen door de proloogvorm te gebruiken.

De stijl is heel direct. Onverbloemd in korte zinnen weet de schrijver zijn doel te vinden: de lezer. Die wordt meegesleurd in de problematiek van de hoofdpersoon èn in de maatschappelijke omstandigheden van het decor van het verhaal: de Wereldoorlog.
Quasi nonchalant ligt een aantal metaforen verdeeld over de gebeurtenissen.

Er spelen verschillende thema’s in het verhaal. Het thema van macht staat centraal, ondersteund door MacBeth en Leibniz staat een pastoor bijna machteloos tegenover de grillen van zijn superieuren, de bisschop, en het gedrag van de Duitsers. Zijn aan machteloosheid twijfelende houding ten opzichte van zichzelf als het gaat om liefdegevoelens, ondanks het celibaat, leidt naar het onvermijdelijke: uittreden als pastoor. Zowel de dood van zijn broer, maar in veel sterkere mate zijn gevoelens voor Johanna zijn daar verantwoordelijk voor. Ook voor de gevoelszijde van Gerard Stein is een opera bedacht: Carmen. Het boek had zeker nog meer kracht gekregen als zowel McBeth als Carmen in hun essentiële thema meer uitgewerkt waren. Een gemiste kans? Dat niet; het is een kwestie van een keuze van de schrijver. Behalve de ‘liefde voor de opera’ komt ook de poëzie schoorvoetend langs: De Genestet, Bloem en Slauerhoff. Omgaan met herinneringen lijkt een tweede laag te worden in het boek. Stijl, stijlfiguren en thema worden een natuurlijke eenheid. Twijfel roept vergelijking op. Je wilt immers je standpunt verankeren: Jezus en de tollenaars, de opera’s, Plato met zijn idee over rechtvaardigheid: ‘rechtvaardigheid kan voor iedereen anders zijn. Kruip dus in de huid van de vijand’! Hoe waar is dit! Echter, het geeft meteen een vrijbrief voor machthebbers later. Zou Plato weet gehad hebben van genocide en massamoorden? In het boek is niet helemaal duidelijk waarom Plato, Jezus en Leibniz een bron vormen voor de gedachtes van Stein. Dostojewski met zijn uitgesproken ideeën over schuld, Nietsche met zijn opvattingen over een superieur ras en de uitgangspunten van de ‘existentiëlen’ konden wellicht ook als uitgangspunt voor Steins denken gebruikt worden. Is dat ook een gemiste kans? Ik denk het niet, want ook dat is een keuze van de schrijver.

‘Wanneer je de dekens te hoog optrekt, krijg je koude voeten’, is een uitspraak van de huishoudster van Stein. Een mooie metafoor voor de stelling dat vele Nederlanders liever in hun veilige omgeving bleven en zich niet verroerden. Niet boven het maaiveld uitkomen, dan gebeurt er niets.

Het verhaal eindigt dramatisch met de wraak van de enige overgebleven zoon van het gezin Glassman.
Is het echt uit wraak of spelen hier andere gevoelens een rol? Was Johanna zo vergroeid met het gezin Glassman dat ze als het ware een tweede moeder voor de kinderen was. Dan is het voer voor dieptepsychologen die hun vingers aflikken.
Of is het het antwoord op de vraag “Wat is rechtvaardigheid?” Gaat het dan toch om het verleidelijke aardse bezit? Dat is het antwoord niet! Stein blijft met de ‘gebakken peren’ zitten en moet het verder maar uitzoeken, net als de lezer. De proloog – of toch misschien beter als epiloog - geeft aan dat twijfel en berusting soms in elkaars verlengde liggen. Berusting: niet op alle levensvragen zijn antwoorden te vinden; twijfel: als grond voor ieders bestaan geeft dat de enige mogelijkheid tot kennis. Descartes noemt het methodische twijfel op zoek naar de waarheid van de wetenschap. Hier gaat het vooral om de existentiële twijfel. Op die vraag geeft het boek - terecht of niet - geen antwoord.

Eindigend met een opmerking over de titel van het boek ‘het biechtgeheim’. Naar mijn idee is dit een tè voordehand liggende titel en geeft niet helemaal de kern van het boek weer. Ik had ‘droomtrein’ een kans gegeven, omdat de band met broer Sjef een cruciaal gegeven is. Bovendien geeft de titel meer ruimte voor verwachting en is ‘biechtgeheim’ beperkender om te interpreteren. Ik vind het woord ‘droomtrein’ ook mooi gevonden; het heeft een poëtische klank.
Wat het boek geeft is een hongergevoel naar meer: de lezer wil meer lezen van de schrijver en hoopt in stilte dat in andere boeken onderliggende thema’s nog scherper en gedetailleerder uitgewerkt worden.

Geef een reactie